Artikelindex

Submit to Facebook

 

 

Opgericht

29 oktober 1980

NTFU-code: 105054

 

 

 

 

 

 

 

Hierboven zie je de inhoudsopgave van dit onderdeel. Klik op het deel dat je wilt lezen!

 

Veel leesplezier gewenst!

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het begin

Het begon met een advertentie die een aantal Eibergse fietsliefhebbers plaatste in 'Onze Gids' in december 1979. Daarin werden toerfietsers uit Eibergen en omgeving opgeroepen om op 18 december naar  -toen nog hotel-  'De Klok' te komen.

Aan de oproep werd gehoor gegeven door 25 belangstellenden. Op die avond werden allerlei ideeën geopperd en mogelijkheden uitgewisseld. Nog diezelfde avond werd een commissie in het leven geroepen, die ideeën en mogelijkheden tot oprichting van een toerclub zou uitzoeken. De mensen van het eerste uur die deze commissie vormden waren: Dela van Vuuren-Bosklopper, Bennie Leussink, Johan Boeijink, Freddy Rosemann, W. Abbink en Antonio Gomez Gurado.

In de loop van de maand januari 1980 bleek het enthousiasme onder de Eibergse bevolking voor een fietsclub: het aantal belangstellenden was verdubbeld en gestegen naar 50! Op 19 februari van dat jaar werd opnieuw een informatieve avond gehouden, deze keer in 'De Huve'. De eerdergenoemde commissie zou aanblijven tot de definitieve oprichting van een vereniging. Dit bood de mogelijkheid om al in dat jaar 1980 verschillende activiteiten te organiseren, waaronder de eerste Molentocht tijdens de landelijke Molendag.

 

Een aantal maanden later op 29 oktober 1980 werd tijdens een drukbezochte bijeenkomst in  -nota bene-  cafétaria 'Don Camillo' de oprichtingsvergadering gehouden. Aangezien er ook contacten waren met de regionale wielervereniging RTC De Stofwolk, was even onduidelijk wat de status zou zijn van de nieuwe Tourclub Eibergen. Besloten werd dat de club zelfstandig zou functioneren  -met een eigen bestuur-  binnen De Stofwolk.

Het ging de nieuwbakken club voor de wind en het ledenaantal steeg tot boven de honderd.

Tijdens de ledenvergadering in oktober 1981 werd besloten van Tourclub Eibergen een zelfstandige vereniging te maken los van De Stofwolk. De notariële akte, de statuten en het huishoudelijk reglement werden door de leden goedgekeurd en op 2 juli 1982 passeerde de akte.

Tourclub Eibergen als zelfstandige vereniging was een feit.

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het eerste bestuur

Het bestuur dat werd gekozen tijdens de 'Don Camillo' oprichtings-vergadering had de volgende samenstelling:

 

 

Freddy Rosemann

voorzitter

1980 - 1986

† oktober 2002 

 

Leo Sijtsma

vicevoorzitter

     
 

Toon Baks

secretaris

1980 - 1984

 

Herman Roessink

penningmeester

1980 - 1985

† maart 1999

     
 

Jozef Tebroke

toercoördinator

 

Hannie te Raa-Somsen

lid

 

 

 In dat eerste jaar van de club werd er al fanatiek gefietst en deelgenomen aan allerlei landelijke tochten zoals Batavus toert Noord-Nederland (33 TCE'ers); ook fietsten dat jaar 8 TCE-leden de befaamde voorjaarsklassieker Luik-Bastenaken-Luik!

  


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het organiseren van tochten

 

 


 

 

Molentocht en Tour de la Rose

Evenals andere fietsclubs in de regio organiseerde ook TCE zijn tochten. Al in het eerste jaar waren dat er twee: de Molentocht tijdens de landelijke Molendag en de Tour de la Rose, vernoemd naar initiatiefnemer en eerste voorzitter Freddy Rosemann. Omdat deze TdlR gefietst werd op de eerste zondag in april, groeide hij uit tot een echte voorjaarsklassieker; dit mede door de "kasseienstroken" in de omgeving van Diepenheim.

Beide tochten worden niet meer door TCE georganiseerd.

In 1997 werd de laatste Molentocht verreden: het aantal deelnemers  was gedaald van maximaal 755 naar minder dan 100; er moest simpelweg geld bij!

De laatste TdlR werd eveneens verreden in 1997. Tijdens de eerste jaren van deze tocht lag het deelnemeraantal rond de 250 tot een maximum van ruim 400 in 1988. Daarna daalde het aantal toerrrijders snel tot rond de 200; toendertijd een reden om er mee te stoppen.

 

 


 

 

Euregiotocht

Een tocht die inter-nationale bekendheid kreeg en erkenning door de NTFU  -de tocht werd opgenomen in het zogenaamde nationale klimmersbrevet-  was de Euregiotocht. De eerste tocht werd verreden in juni 1982 over twee afstanden: 60 en 120 km. Al een jaar later kwam daar een derde afstand bij: 165 km. In 1984 werd voor de 3de Euregiotocht samengewerkt met de Duitse krant 'Ruhr Nachrichten' (RN); verslaggever Werner Beckers  -een fanatieke toerfietser- bleek deelnemer geweest te zijn aan de eerdere Euregiotochten en was enthousiast geraakt! Dit contact leidde ertoe dat er compleet nieuwe routes ontworpen werden en dat er ook in het Duitse grensgebied startplaatsen kwamen: in Vreden, Stadtlohn en Wüllen. Naast de langere afstanden  -aanvankelijk 120 en 180 km en enkele jaren later 135 en 205 km-  organiseerden TCE en RN een gezinstocht over 60 km tussen Eibergen en de drie eerdergenoemde plaatsen. Het bleek een enorm succes, mede dankzij de geweldige 'sponsoring' van de RN; naast paginagrote advertenties stelde deze krant ook prijzen beschikbaar. Zo kon je via een verloting bijvoorbeeld een transistorradio winnen!

 

'Tour der guten Laune'

Het eerste jaar volgens deze formule bleek meteen een succes: 670 deelnemers; een jaar later tijdens het eerste lustrum van TCE was het aantal toerfietsers opgelopen tot 12oo! Tijdens de 5de Euregiotocht in 1986 was het ideaal fietsweer en het gevolg was dat bijna 200o liefhebbers deze lustrumtocht fietsten. In de woorden van de RN, die de dag erna een paginagrote foto-editie uitbracht, "1880 Teilnehmer bei Tour der guten Laune".

Een jaar later: slecht fietsweer en iets meer dan 1000 deelnemers en dat bleef enkele jaren zo; een prima resultaat. Maar toen ging Werner Beckers met pensioen en zijn opvolger bij RN had niets met fietsen: weg gratis reclame in het Duitse grensgebied. Wat TCE ook probeerde met flyers, artikeltjes in de Duitse plaatselijke sufferdjes, inschakeling van de VVV's ...... het mocht niet baten. Het aantal deelnemers zakte in de loop der jaren naar 250!

In februari 1997 besloot het bestuur dan ook te stoppen met de Euregiotocht; erg jammer, maar de kosten waren substantieel meer dan de baten.

In 2002  -na invoering van de Euro-  werd geprobeerd een alternatief te bedenken: de Eurotocht; erg weinig deelnemers en na twee probeerjaren ging dit initiatief ter ziele.

Einde van een prachtige tocht!

 

 


 

 

 

Van Avondfietsvierdaagse naar ............

........... Eibergse Fietsdagen

Het is 1982 als de eerste Avondfietsvierdaagse wordt georganiseerd. En dat is meteen een succes: dagelijks fietsten 530 (voornamelijk) Eibergenaren mee. Toenmalig burgemeester Cappetti en zijn vrouw zetten een trend: het werd een traditie dat ze elk jaar meefietsten. Erkenning van een burgervader voor een club, die een dorp aan het fietsen krijgt! Overigens werd die traditie voortgezet door zijn opvolgster mevr. Emmens-Knol.

In de loop der jaren blijft het aantal deelnemers schommelen tussen de 400 en 500; bij slecht weer flink daar onder. In 1986 tijdens het eerste lustrum trekt de AF4D veel deelnemers, ruim 600. Bijzonder was dat tijdens deze vierdaagse een baby werd geboren; de 'nieuwe' moeder had nog wel even de 30 km route gefietst!

 

Bijzonder was ook de 15de keer dat de AF4D georganiseerd werd. De trouwe deelnemers werden in de bloemetjes gezet door de meefietsende burgemeester Aaltje Emmens-Knol; dit leek even fout te gaan: ze  had een min of meer eigen interpretatie van de route gemaakt en kwam aan in het 'tweeduuster'.

 

In het jubileumjaar van TCE in 2005 (25 jarig bestaan) stelden enkele sponsoren gelden beschikbaar voor een verloting; daarnaast stelde TCE een flink deel van de opbrengst van de vierdaagse beschikbaar  voor dierenpension Brammelo.

 

 

In de aanloop naar het seizoen 2006 werd besloten van de Avondfietsvierdaagse een Dagvierdaagse te maken onder de naam Eibergse Fietsdagen. Dit schiep de mogelijkheid om ook een langere afstand (60 km) toe te voegen. Inmiddels heeft de ornganisatie beloten om twee afstanden per dag uit te zetten: 35 en 60 km. TCE verwelkomt de laatste jaren tussen de 1200 en 1500 deelnemers aan de Eibergse Fietsdagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fiets je Fit ... en Geniet

De NTFU startte in 2002 met een campagne onder bovenstaande naam. De bedoeling is het toerfietsen onder 55-plussers te promoten; de NTFU had blijkbaar door dat bewegen voor de oudere jongere erg belangrijk is. TCE deed actief mee aan deze campagne; voor het eerst tijdens de Molendag in 2002 en vervolgens tijdens de AF4D van 2003. Na twee jaar telde deze groep "dikke banden fietsers" 20 leden; inmiddels zijn dit er bijna 40.

De groep Fiets&Geniet is een zeer actieve groep 'bikers', die elke woensdag- en vrijdagmiddag  -zomer en winter!- een flink aantal kilometers wegtrapt.

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De weg mijden? ...... Veldrijden!

De drie namen die binnen TCE onlosmakelijk verbonden zijn met het veldrijden zijn Jozef Tebroke, Bart Hendriks en wijlen Herman Roessink. Deze actieve veldrijders weten het bestuur te enthousiasmeren en dit leidt ertoe dat op zondag 26 januari 1986 de eerste veldtoertocht in Eibergen werd verreden. Het aantal deelnemers: 104. In de loop der jaren liep dit aantal gestaag op tot zelfs 800. 

Inmiddels mag deze tak van de wielersport zich verheugen in een groot aantal beoefenaars, zij het niet zo veel meer op de cyclocrossfiets. Het overgrote deel bezit een ATB (All Terrain Bike) ook wel MTB (Mountain Bike) genoemd.

Deze grote belangstelling heeft ertoe geleid dat TCE inmiddels twee veldritten per seizoen organiseert: één aan het begin (september) en één aan het eind (februari). 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Van clubblad ...............

............... naar website

 

 

In de eerste jaren van TCE verliep alle communicatie en infor-matie mondeling en per telefoon! In het voorjaar van het lustrumjaar 1985 ziet het eerste clubblad het levenslicht: TOERPRAAT! Het is dan nog een gewoon A4'tje; een maand later is de inhoud al verdubbeld. Het blad bevat allerlei informatie met betrekking tot tochten (in binnen- en buitenland), toerkalender, voeding, trainingen en de opbouw daarvan, e.d. 

Een jaar later krijgt Toerpraat de uitstraling van een echt clubblad compleet met omslag en advertenties om de kosten te drukken. Ook komt er meer structuur als gevolg van het gebruik van verschillende rubrieken: het bestuur verzorgt de mededelingen en algemene informatie vanuit de NRTU (later NTFU) die voor leden van belang is; de toercoördinator vult de rubriek over tochten en toerkalenders; in een derde rubriek wordt aandacht besteed aan technische ontwikkelingen, kleding en trainingsopbouw; een vierde rubriek verhaalt over belevenissen tijdens verschillende toertochten in binnen- en buitenland: de afdeling reisverhalen was ontstaan! De eindredactie van het geheel kwam in handen van Henk ter Horst. 

In de herfst van 1988 komt er enige hapering in de regelmatige verschijning van Toerpraat. Oorzaak? Weinig of geen kopij! De rubriek 'Van de redactie' wordt zelfs ondertekend met R.E.D. Actie; het mag niet baten. Pas een jaar later verschijnt een volgende Toerpraat! Begin 1990 weer één en eind van dat jaar nogmaals en zo moddert het voort tot in 1996 het allerlaatste nummer verschijnt. Einde van een clubblad.

 

Inmiddels had ook bij veel leden van TCE de PC (Personal Computer) een plekje gevonden. En dit betekende  -en betekent-  dat sindsdien veel informatie gecommuniceerd werd  -en wordt-   via de mail

 

Maar TCE kan natuurlijk niet achterblijven in de ontwikkelingen en dit betekent dat er een website opgebouwd moet worden. Eindelijk -ruim 15 jaar na de laatste Toerptaat!- in het voorjaar van 2012 is het zover: er is een uitstekende webmaster gevonden en de (web)redacteur is opnieuw Henk ter Horst. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzondere gebeurtenissen

 


 

 

DE 24 UUR VAN EIBERGEN

We kennen de 24 uur van Le Mans uit de autosport en  -dichter bij huis-  herinneren we ons de 24 uur van Lievelde. Maar de 24 uur van Eibergen?

Het is 1988 en Eibergen bestaat 800 jaar. Alle verenigingen, clubs en scholen worden in 1987 aangeschreven om "iets te doen in het kader van 800 jaar Eibergen". Wat gaat TCE doen? Het idee is om 800 kilometer te fietsen binnen 24 uur! Leden raken enthousiast en er wordt een commissie in het leven geroepen, die 'alles' gaat regelen: aanvragen bij gemeenten, vergunningen van politie, ontwerpen van een route, voorrijauto en volgauto met reparatiemogelijkheid, voorrijmotoren, een permanance voor 24 uur, slaapplekken, voeding, communicatie, EHBO, film en video, enz. De commissie maakte een draaiboek met daarin per onderdeel elk detail.

 

Voor de leden was het spannend of de 800 km binnen 24 uur kon worden gehaald. Er wordt daarom een route gemaakt met veel rechte stukken en (dus) weinig bochten: Eibergen - Oude Borculoseweg - Wolinkweg - Haarlo - Borculoseweg - Eibergen; een afstand van 12,5 km. Dit betekent 64 ronden in 24 uur door 21 renners verdeeld over 5 groepen! De inschatting is dat we er tussen de 26 en 28 uur over zullen doen.

 

Vrijdagmiddag 1 juli 1988 om 14.00 uur precies is de start. Het weer is (dan nog) goed en het eerste team geeft er meteen een flinke snok aan: gemiddeld doen de vier racefietsers 21 minuten over het rondje, pakweg 35 km/pu. Dan slaat de pech toe in de vorm van noodweer;  de volgende twee groepen worden in de avond en nacht geteisterd door striemende regen en onweer. De wedstrijdleiding overweegt om de koers (tijdelijk) te stoppen, maar ...... renners zijn renners en ze willen door! Het onweer verdween, de regen bleef tot zonsopgang en het tempo bleef hoog. De spanning bleef; zouden we het halen? Halfweg koers tekende zich een verrassing af: 412,5 km afgelegd! Dit betekent dat we voorliggen op schema.

In de loop van zaterdagochtend 2 juli liepen steeds meer Eibergenaren uit om de TCE-renners aan te moedigen. Afgesproken was dat de laatste ronde van 12,5 km door alle deelnemende renners gefietst zou worden; het werd een triomftocht die tegen kwart voor twee eindigde op het feestterrein op 'de Maat'. De eindtijd was 23 uur en 44 minuten over 804 km. Het gemiddelde: 34,13 km/pu. Chapeau en Champagne!

  

 


 

KLIMMERSBREVET

Toen in 1987 het zogenoemde Klimmersbrevet werd geïntroduceerd wist dé toenmalige klimgeit van TCE Jozef Tebroke al: die uitdaging ga ik aan! Wat hield dat brevet in? Het NKC  -onder auspiciën van de NTFU-  stelde een lijst samen van 13 klimtochten met een lengte van 180 tot 220 km. Wilde je in aanmerking komen voor een brevet dan diende binnen drie jaar 8 van deze zware tochten te hebben gefietst.

Om in wielertermen te spreken: Jozef ging voor de dood of de gladiolen. Zijn doel: alle 13 klimtochten in één seizoen. En aangezien Jozef geen renner is van 13 in een dozijn lukte hem dat 'vrij gemakkelijk'. In 1987 was Jozef met 3 anderen de eerste die het Klimmersbrevet haalde; maar wel de enige met "alle dertien goed" en daarom kreeg hij volgnummer één!

Op de foto hieronder zit Jozef links op de voorgrond; staand in het midden Bert van Oostveen, toen voorzitter van de NKC; nu directeur van de KNVB.

 

Een jaar later was het opnieuw raak: Martin Heutinck was ook besmet geraakt met het klimvirus. Samen met opnieuw Jozef haalde ook hij het brevet in één jaar. Een geweldige prestatie aangezien Martins klimmerskwaliteiten minder zijn dan die van Jozef.

 


 

KLIMWEEK  LA PLAGNE

In 2010 bestond de Tourclub Eibergen 30 jaar. Tijdens het septemberweekend in het jaar daarvoor (Hoge Hexel) ontstond het idee om met een aantal liefhebbers van de bergen een week te organiseren in de Franse Alpen. Henk ter Horst wist daar een leuke stek: halverwege de 21 km lange klim naar La Plagne liggen enkele appartementen waar het goed toeven is. Na een gedegen voorbereiding werd besloten van 17 t/m 24 juli 2010 een klimweek te organiseren in dit prachtige fietsgebied. Uiteindelijk besloten 15 leden, waarvan 11 fietsers, de uitdaging aan te gaan.

 

 

 

Hieronder het verslag dat Pieter Greidanus schreef ten behoeve van het jaarverslag 2010

 

 

Zaterdagmiddag 17 juli 2010 had een belangrijk deel van de klimmers van TCE en hun partners zich verzameld in een schitterend chalet op ca 1350 meter, halverwege de klim naar La Plagne in de Franse Alpen. Sommige leden hadden er 2 dagen voor uitgetrokken om daar te komen,  maar één lid en wel de ex-voorzitter had de verre reis, voorzien van het  nodige proviand, in één keer gedaan.

De familie Ter Horst had er al een week vakantie in het chalet op zitten en kon de rest wegwijs maken in dit immense fort. Behalve veel gezellligheid kon je merken dat de meeste fietsers fors onder de indruk waren van hetgeen hen te wachten stond. Immers, om bij het tijdelijke verblijf te komen kwam je na het dorp Macot -vanaf het dal 1.5 km van  gemiddeld ca 5% klimmen- op de echte route naar de wintersportplaats La Plagne en als je dan om de kilometer een bordje tegenkomt met een stijgingspercentage dat varieert van 7 tot zelfs 10%, dan weet je ‘dat wordt lastiger dan de Holterberg’.

 

Kortom, de volgende (zon-)dag vertrokken we vol goede moed- je krijgt immers eerst een afdaling van 9 km waar iedereen, behalve Pieter, van kon genieten- naar het dorp Aime om vandaar ruim 15 km via een schitterend fietspad door de bossen en langs een soms kolkende en bruisende Isère richting Bourg St. Maurice te fietsen. Vanaf de buitenwijk  begon het echte klimmen en werd, zoals verwacht, het kaf van het koren gescheiden, maar iedereen genoot van de omgeving en het fietsen in die schitterende omgeving. Ook word je er aan herinnerd dat ondanks de onderlinge communicatie (naar welk volgend dorp gaan we?) toch de eerste man (Bart Bast) te snel voor de rest was en we elkaar op deze eerste(verkennings-)dag al kwijt waren. Na een half uurtje wachten in Aime arriveerde Bart ook en werd na de koffie de 9 km lange klim naar ons tijdelijke thuis ingezet. Een aantal diehards had onvoldoende in de gaten dat we een volle week zouden blijven en maakten gelijk de hele klim naar La Plagne van 19 km af.

Bij thuiskomst wachtte een koel biertje, de douche en het onvermijdelijke napraten en dan met z’n  allen voor de tv voor de dagelijkse portie Tour de France. Daarna volgde één van de dagelijkse hoogtepunten: het koken (voor 15 man) en afwassen. Een fluitje van een cent met al die horeca-apparatuur en de ervaring van Theo.

 

 

Maandagochtend werd er vol goede moed vertrokken naar Bourg St. Maurice voor de start van de beklimming van de Col du Petit St. Bernard (2.122 m) en ruim 30 km klimmen.  

Ons plezier en vooral dat van Wim Carpay werd danig vergald doordat Wim in Bourg werd aangereden door een Franse automobiliste. Resultaat was dat Wim in het ziekenhuis belandde, de fiets afgeschreven was en de rest van de fietsers in de wachtkamer zat te wachten totdat de dokter Wim weer ‘vrij’ gaf en de inmiddels gewaarschuwde dames zich over hem en zijn kapotte fiets hadden ontfermd. Gelukkig bleken de kwetsuren van Wim mee te vallen, alleen  fietsen  kon niet meer  en dat was erg  jammer.

 

Ruim 2 uur te laat werd in een zengende hitte (ca 30 graden in het dal) door de rest van de groep  de beklimming van deze bult ingezet. Na ruim een uur klimmen werd de rest duidelijk dat ook Henk ter Horst vanwege zijn gezondheidstoestand had besloten terug te keren. De andere leden zetten door en bereikten de top op ruim 2100 meter om na een half uurtje uitblazen de terugreis te aanvaarden.

De volgende dag, zo was afgesproken, was er een rustdag ingepland en die werd ook weer buiten in de natuur doorgebracht en wel op de alpenweiden rond de top van La Plagne. Het was opnieuw schitterend  weer en bergwandelen bleek ook een prachtige tak van sport te zijn. Theo en Margo (natuurlijk zij, want die kent geen angst) gingen via 2 kabelstations nog hoger en wel naar ruim 3300 meter om daar op de gletsjer in de eeuwige sneeuw te wandelen.

 

 

 

Woensdag stond de koninginnerit op het programma en wel debeklimming van de Cormet de Roselend (1986m). Sommige leden hadden, lekker gemaakt door de vroegere ervaringen van Leo Sijtsma, vooraf nog het plan opgevat om na de beklimming van de top nog ca 5 km af te dalen naar het stuwmeer om daarna alsnog weer terug te ‘klimmen’ naar de top en dan afdalen naar Bourg. Onderweg bleek echter dat de Cormet een kreng van een beklimming  was; alhoewel 10 km korter klimmen dan de Petit St. Bernard is hij bijna even hoog -iedereen weet wat dat betekent voor het stijgingspercentage-, onregelmatig en uitzichtloos en dat laatste ook nadat we de boomgrens waren gepasseerd.

 

Voor de liefhebbers van statistieken meld ik de volgorde van de aankomst op deze top:

1.  Bart Bast, 2. Leo van Strien, 3. Bennie Geerdink  4. Leo Sijtsma  5. Pieter Greidanus 6. Arlene van Strien  7. Henk ter Horst 8. Theo van Beest en als laatste (onze dagfotograaf) 9. Margo van Beest.

 

 Na ruim een half uur dalen bereikten we zonder ongemakken het dal van de Isère weer en fietsten we geheel onspannen langs de rivier naar Aime. Om na een dergelijke inspanning voor de zoveelste keer weer te beginnen aan de klim van ruim 9 km (van gemiddeld ca 8%) naar het chalet was voor de meeste fietsers -op de familie Van Strien, Bart Bast en Margo na- teveel van het goede en werden door hen deze laatste kilometers in de auto afgelegd. Op die dag was dat een wijze beslissing, want de fietsers werden onderweg  getrakteerd op fors onweer en veel regen en dan wordt zo’n klim erg zwaar!! Chapeau dus voor hen.

 

Donderdagochtend -Wim en Wilma waren woensdagavond na een prima gezamenlijk diner in een restaurant in  Bourg naar huis vertrokken- ging de rest aan de slag met de klim naar Les Arcs. Prima te doen was de gezamenljke conclusie, maar wel een slechte weg met tamelijk veel verkeer.

 

Vrijdag was een gedwongen vrije dag. 's Nachts was het gaan regenen en dat deed het 's morgens nog. Dat betekende dat er zeker 's morgens niet gefietst kon worden; dit laatste was voor Leo Sijtsma voldoende reden om naar huis te gaan. Bij het krieken van de dag, terwijl de rest nog op één oor lag, vertrok hij voor de lange terugreis naar Noordijk. In de loop van de dag werd het weer beter en ging iedereen voorbereidingen treffen voor de terugreis op zaterdag of een rondreis maken in de omgeving, want iedereen besefte: "dat was het dan!"

 

 

Zaterdag was vertrekdag en achteraf bleek dat iedereen,  met uitzondering van de familie Van Strien, in één keer de ruim 1200 kilometer naar huis had afgelegd om veilig weer in Berkelland terug te keren.

 

 

Wie je van de deelnemers ook spreekt, allen kijken terug op een schitterende fietsweek en dat  slaat niet alleen op de fietsomgeving en het fietsen in het hooggebergte of  het prachtige weer, maar ook op de onderlinge sfeer en de prachtige entourage van onze tijdelijke stek halverwege  de klim naar La Plagne.